WUR: ‘Ultra vroege snijmais interessant voor bodemkwaliteit en biodiversiteit’

De afdeling Open Teelten van Wageningen University & Research heeft de resultaten bekend gemaakt van onderzoek aan ultravroege snijmaisrassen en aan middenlate tot late snijmaisrassen. Zij deed dit onderzoek onder de paraplu van Platform Mais Onderzoek-Nederland (PMO-NL).
Aanvullend onderzoek
Naast het rassenonderzoek voor de Aanbevelende Rassenlijst (snijmais (zeer vroeg/vroeg en middenvroeg/middenlaat) en korrelmais/CCM) voert Wageningen – Open Teelten ook aanvullend rassenonderzoek uit. Het betreft hier onderzoek aan ultravroege snijmaisrassen en aan middenlate tot late snijmaisrassen (onder de paraplu van Platform Mais Onderzoek-Nederland – PMO-NL). Het PMO-NL onderzoek wordt in het Zuiden van Nederland uitgevoerd en is ook met name bestemd voor de telers in Zuid en Oost Nederland.
Voeder- én waterkwaliteit
Projectmanager Jos Groten licht toe dat dit onderzoek aanvullend is omdat in het ultravroege onderzoek, vroegere rassen dan in de Rassenlijst worden getest en in het PMO-NL-onderzoek latere rassen dan in de Rassenlijst. ‘Daarnaast zijn het aanvullende onderzoeken, omdat er meer informatie wordt gegeven dan in de Aanbevelende Rassenlijst’, aldus Groten. ‘In beide onderzoeken voor wat betreft voederkwaliteit (celwandgehalte, celwandverteerbaarheid, suikergehalte) en in het PMO-NL onderzoek wordt ook nog aanvullend zetmeelopbrengst, eiwitopbrengst en stikstofopname door maisrassen aangegeven. Dit laatste met name interessant in kader van voorkomen van stikstofuitspoeling en waterkwaliteit.’
Ultravroeg heel Nederland
Het ultra vroege onderzoek wordt in Noord-Nederland uitgevoerd, maar is voor heel Nederland interessant, meldt Groten. ‘Het zijn rassen die in een heel kort groeiseizoen (18 of 20 weken) toch een voldoende hoog drogestofgehalte bereiken met daarnaast een hoge voederkwaliteit en goede opbrengsten.’ Groten vervolgt: ‘Deze ultravroege rassen worden veel al toegepast om een vanggewas/groenbemester te kunnen zaaien vóór 1 oktober.
Oost- en Zuid-Nederland
Maar deze geven daarnaast met name richting Oost- en Zuid-Nederland ook mogelijkheden voor eerst één of twee snedes gras en vervolgens nog een maisteelt in hetzelfde jaar. Of voor eerst een maisteelt en vervolgens inzaai van kunstweide of blijvend grasland rond half september, zodat in het volgende voorjaar al weer een mooie snede gras kan worden geoogst.’ Dit zijn volgens Groten interessante ontwikkelingen binnen de nieuwe GLB – Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - en werken aan bodemkwaliteit en biodiversiteit.

Tekst: Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Ellen Meinen